Mond- en tandproblemen bij katten Picture

English Czech Dutch French German Italian Portuguese Swedish

Door Lies Klösters, 2006

Mensen en dieren kunnen allerlei problemen aan hun tanden krijgen. Het probleem wat bij mensen het meeste voorkomt (tandbederf onder invloed van suiker), komt bij dieren weinig tot niet voor omdat in de voeding van dieren veel minder suiker zit. Toch kunnen er problemen zijn met de tanden van uw huisdier. Een eenmalige controle zal uitwijzen of het dier in kwestie een goed gebit heeft qua kaakstand, het aantal aanwezige tanden en kiezen, etc. Regelmatige controle van tanden bij oudere dieren zorgt dat tandsteen in een vroeg stadium verwijderd kan worden, voordat het problemen kan veroorzaken. Maar ook bij jonge dieren kunnen aandoeningen zoals gingivitis ontstaan. Kortom: goede tandcontrole is heel belangrijk voor het tijdig signaleren van problemen.

Gebit types

Alle dieren hebben een gebit wat perfect op hun leefgewoontes en voedsel is afgestemd. Enkele diersoorten hebben tanden die allemaal min of meer hetzelfde van vorm zijn zoals haaien, krokodillen en veel dolfijnensoorten (zie figuur 1), dit wordt een homodont gebit genoemd. De meeste zoogdieren zijn heterodont en hebben meerdere soorten tanden: snijtanden, hoektanden en kiezen (zie figuren 2, 3 en 4). Een aantal dieren heeft een gebit wat heel specifiek aangepast is voor hun soort (zoals de giftanden van sommige slangensoorten, de slagtanden van een olifant, walrus of narwal), anderen hebben een gebit wat in grotere groepen voorkomt. Zoogdieren kunnen grofweg worden onderverdeeld in 3 groepen die ieder leven van een andere soort voedsel, namelijk:

  • herbivoren (planteneters) met plooikiezen (zie figuur 2)
  • carnivoren (vleeseters) met knipkiezen (zie figuur 3)
  • omnivoren (alleseters) met knobbelkiezen (zie figuur 4)

figuur 1:
gebit van een orca
figuur 2:
gebit van een ree
figuur 3:
gebit van een kat
figuur 4:
gebit van een gibbon

Het gebit van de kat

De kat is een carnivoor en heeft dus knipkiezen. Carnivoren hebben een gebit wat erop gebouwd is om een prooi te kunnen vangen, vasthouden, verscheuren en indien nodig botten door te bijten. De meeste vleeseters kunnen niet op hun voedsel kauwen; hun kaken kunnen alleen maar omhoog en omlaag bewegen en niet van links naar rechts.

Katten en honden worden -net als mensen- zonder tanden geboren, waarna ze een melkgebit krijgen wat uiteindelijk gewisseld wordt voor het permanente gebit. De tanden en kiezen van katten en honden blijven niet doorgroeien zoals die van bijvoorbeeld knaagdieren, of paarden en olifanten.

De samenstelling van het gebit kan worden uitgedrukt in een tandformule. De tandformule bestaat uit twee regels, de bovenste voor de bovenkaak, de onderste voor de onderkaak. Daarnaast beschrijft de tandformule maar de helft van de onder- of bovenkaak, aangezien de linker en de rechterkant van de kaak identiek zijn. (Zolang er geen verlies van tanden of kiezen heeft plaatsgevonden.)
De afkortingen in de tandformule betekenen het volgende: I = incisor (snijtand), C = canine (hoektand), P = premolaar (valse kies), M = molaar (ware kies). Deze afkortingen in kleine letters duiden op een melkgebit, hoofdletters duiden op een volwassen gebit. De tandformule van katten is:

melkgebit: permanent gebit:

Als de kittens 11 tot 15 dagen oud zijn breken de tandjes door en na 37 tot 60 dagen is het melkgebit compleet. Kittens wisselen hun tanden op de leeftijd van 13 tot 24 weken.

Het wisselen van de tanden gebeurd in een vaste volgorde:
- I 13 - 16 weken
- C 20 - 24 weken
- P 20 - 24 weken
- M 18 - 24 weken
In de periode van tanddoorbraak en tandwisselingen is op basis van het gebit een vrij nauwkeurige schatting van de leeftijd te maken, voor het geval u van een vondelingetje wilt weten hoe oud het kitten is.*

De stand van het gebit

De aansluiting van de tanden en kiezen van de boven- met onderkaak wordt uitgedrukt in schaargebit, tanggebit, kruisgebit, ondervoorbijter of bovenvoorbijter.

  • Schaargebit: de onderkaak is iets kleiner dan de bovenkaak. Het ideale gebit bestaat uit precies over elkaar passende snijtanden uit de boven- en onderkaak en goed op elkaar passende kiezen.
  • Tanggebit: de snijtanden staan op elkaar in plaats van dat ze over elkaar aansluiten.
  • Ondervoorbijt: de snijtanden van de onderkaak staan voor de snijtanden van de bovenkaak.
  • Bovenvoorbijt: de snijtanden van de bovenkaak staan voor die van de onderkaak.
  • Kruisgebit: (ook wel 'wry bite' of 'wry mouth' genoemd) de linker- en de rechterhelft van de kaak zijn niet even lang.

De stand van het gebit van honden wordt in de rasstandaarden van alle rassen beschreven. Dit in tegenstelling tot de rasstandaarden van raskatten, waar lang niet altijd precies wordt vermeld hoe het gebit er uit moet zien. Soms wordt in de katten rasstandaard vermeld dat een eventuele overbeet niet meer dan 1 of 2 mm ruimte tussen de boven- en onderkaak mag hebben, in andere standaarden wordt beschreven dat het gebit geen over- of onderbijt mag hebben.

Tijdens hondenshows wordt door de keurmeesters het gebit van iedere hond gecontroleerd, een verkeerd gebit leidt onherroepelijk tot diskwalificatie. Keurmeesters op kattenshows kijken alleen naar het gebit van de kat als aan de buitenkant al te zien is dat er iets niet goed is. Tijdens de keuringen op FIFé shows mogen keurmeesters ten alle tijden in de mond van de katten kijken (wat niet wil zeggen dat iedere kat tijdens iedere show een gebitscontrole krijgt), bij andere kattenverenigingen dan de FIFé mogen de keurmeester soms helemaal niet in de mond van de kat kijken, of het mag wel maar alleen nadat hiervoor toestemming is gevraagd aan de eigenaar van de kat. De onafhankelijke verenigingen hebben deze regel ingevoerd in verband met gevaar van doorgeven van besmettelijke ziektes. Daar valt natuurlijk wel iets voor te zeggen: de meeste katten hebben veel bacteriën in hun mond. (Dit is ook de reden waarom een kattenbeet vaker tot ontstekingen leidt dan een hondenbeet.) Maar het ontbreken van deze standaard gebitscontrole als onderdeel van de keuring betekent ook dat er weinig tot geen professioneel toezicht is op de stand van de tanden en de kaken.
Hierbij moet wel opgemerkt worden dat het merendeel van de katten niet bepaald meewerkt aan een mondinspectie, terwijl honden hier goed in te trainen zijn. Overigens horen katten waarvan het gebit wel door de keurmeester wordt gecontroleerd en waar afwijkingen worden constateerd, gediskwalificeerd te worden zoals ook bij de hondenshows gebeurd.

Honden met hele smalle snuiten missen soms één of meer snijtanden. Bij rassen met een korte snuit kunnen sommige kiezen ontbreken. Hondenrassen met een middelmatige tot lange snuitlengte hebben vaak in hun rasstandaard beschreven staan dat een schaargebit het beste is, maar dat een tanggebit ook is toegestaan. Bij honden met een korte tot extreem korte schedel zie je veel ondervoorbijters, en dit staat dan ook in de rasstandaard. Als de ruimte tussen de kaken (bij een overbeet) te groot is kan dit allerlei problemen geven, bijvoorbeeld bij de geboorte van de pups waar de teef de vruchtvliezen niet zelf van de pups af kan halen doordat ze de vliezen niet tussen haar tanden te pakken kan krijgen. Indien een teef met een sterke ondervoorbeet of bovenvoorbeet haar pups krijgt zonder dat iemand bij haar is om de pups uit de vliezen te halen, zullen de pups een paar minuten na hun geboorte stikken.

De diverse kattenrassen zijn fysiek gezien niet zo uiteenlopend als hondenrassen, vooral qua lichaamsgrootte zijn de verschillen tussen de rassen maar klein. Echter, de vorm van het hoofd is wel verschillend, vooral als je kijkt naar de rassen waarbij men al langer intensief naar extremen in het uiterlijk fokt. Langere snuiten geven soms bovenvoorbijters, maar meestal is de overbijt niet zo groot dat het problemen oplevert. Zoals hierboven beschreven is voor de honden, leiden korte snuiten wel regelmatig tot problemen. Daarom moeten vooral fokkers die werken met rassen met korte schedels heel erg opletten om niet dezelfde problemen te krijgen die bij honden met korte schedels voorkomen. Sommige katten (ook katten met middellange of lange snuiten) hebben al last van ongelijke kaaklengtes, verkeerd geplaatste hoektanden of een kruisgebit. Door hun fokdieren goed te selecteren kunnen fokkers van alle rassen ervoor zorgen dat deze problemen niet in een groot gedeelte van de populatie voorkomen, maar dat het uitzonderingen blijven.

Tandplaque en tandsteen

Een slechte adem en kwijlen kunnen de eerste indicaties zijn dat er iets mis is in de mond van uw huisdier. In een later stadium kan het dier weigeren te eten (vooral als het eten uit harde brokken bestaat) door de pijn aan zijn tanden of tandvlees, het tandvlees kan gaan bloeden, het dier wrijft zich met de poten langs de mond en katten willen zich soms niet meer schoonlikken. Til de lippen van het dier voorzichtig op en controleer de mond op tandplaque, tandsteen, ontstoken tandvlees, en uitgevallen of afgebroken tanden.

Meestal beginnen de problemen met tandplaque. Tandplaque bevat veel bacteriën en zit vooral op de overgang van tand en tandvlees. Uiteindelijk verkalkt de plaque tot een bruine aanslag: tandsteen. Tandsteen kan allerlei problemen veroorzaken: ontstekingen en bloedingen van het tandvlees, gaatjes in de tanden, tanden die los komen te zitten en uit zichzelf uit de mond vallen of verwijderd moeten worden. Als de tandsteen lang blijft zitten kan de ontsteking van het tandvlees uitmonden in gingivitis (zwelling, ontsteking en bloedend tandvlees). De bacteriën uit het tandsteen kunnen zelfs in de bloedstroom van de kat terecht komen en de gezondheid van de kat sterk aantasten door bijvoorbeeld ontstekingen te veroorzaken bij tussenwervelschijven, nieren en hartkleppen.

scaler

Met een scaler (verkrijgbaar op het Internet of bij de tandarts of dierenarts) kan tandsteen van de tanden afgekrabt worden. Dit kun je zelf doen, of je kunt het door je dierenarts laten doen. Bij honden helpt het ook om botten te geven: door het kluiven aan de botten schraapt de hond zelf zijn eigen tanden schoon. Sommige katten vinden het ook lekker om op botten te kluiven, maar niet iedere kat doet dit. Geef honden en katten nooit gekookte maar altijd rauwe botten, het liefste grote knoken zoals (een gedeelte van) de kop van een runderdijbeen of mergpijpjes. Dit zijn harde botten waar geen splinters van af komen, en de stukken zijn zo groot dat de dieren zich er niet in kunnen verslikken.

Sommige voederfabriekanten hebben zich verdiept in de problemen die kunnen optreden en hebben hun voeders hierop aangepast. Zo zijn er van sommige merken grote, harde brokken te koop, die te groot zijn voor de kat om in hun geheel doorgeslikt te kunnen worden. Deze brokken zouden plaque en tandsteen van de tanden moeten verwijderen tijdens het doorbijten van de brokken. Dit helpt wel een beetje, maar is het niet voldoende om de tanden van uw kat volledig schoon te maken en te houden. (Zorg in ieder geval voor voldoende vers drinkwater als u uw kat droge brokken geeft.)
Wat een beter resultaat geeft maar niet altijd even makkelijk uit te voeren is, is het poetsen van de tanden van uw kat om daarmee tandplaque te verwijderen en zodoende tandsteen te voorkomen. De kat moet hier heel erg aan wennen, maar het is niet onmogelijk om dit als een routine in te voeren. Vooral als ze na het poetsen een lekkere beloning krijgen zoals een likje van de speciaal voor dieren ontwikkelde tandpasta (vooral geen tandpasta gebruiken die voor humaan gebruik is ontwikkeld!) zijn ze wel bereid om toe te geven aan uw wensen en zich te schikken in de situatie.

Gingivitis, periodontitis en stomatitis

Als tandvlees rood, gezwollen en gevoelig is, en snel bloed, heet dit gingivitis. Dit komt bij katten op alle leeftijden voor. Gingivitis kan door tandsteen veroorzaakt worden, maar het kan ook spontaan ontstaan bij een goed onderhouden gebit. Er gaan veel verschillende ideen rond over de oorzaken van deze spontaan optredende gingivitis. Ook over de behandelingen tegen gingivitis lopen de meningen uiteen.

Gingivitis in een vroeg stadium ziet eruit als een rood lijntje op het tandvlees langs de aanzet van de tanden. In dit stadium kan -vooral als de gingivitis door tandplaque of tandsteen veroorzaakt wordt- het proces gestopt worden door het gebit grondig te laten reiniging. De ontstekingen in het tandvlees zullen dan wegtrekken en de tanden en kiezen kunnen gespaard worden.
Vergevorde gingivitis kan ook het bot onder het tandvlees aantasten, dit heet parodontitis (periodontitis). In dit stadium gaat het tandvlees woekeren, en worden de tanden zodanig aangetast dat sommige tanden vanzelf zullen uitvallen, of dat ze door de dierenarts getrokken moeten worden. Periodontitis is niet omkeerbaar, zoals gingivitis. Als de kat in dit stadium is beland kun je alleen nog proberen om de situatie onder controle te houden en het niet erger te laten worden. Het is dus heel belangrijk om het zo ver niet te laten komen!

Ontstaan van periodontitis.
1=tandvlees, 2=wortel, 3=cement, 4=kaakbeen, 5=kroon, 6=plaque, 7=tandsteen.

A = De eerste vorming van plaque. Het tandvlees begint enigsinds terug te wijken.
B = Onder het tandvlees heeft zich tandsteen gevormd. Het tandvlees is geirriteerd en opgezwollen. De aanhechting van de tand in het kaakbeen verslechterd.
C = Het tandvlees is ernstig ontstoken en opgezwollen. De tand heeft haast geen aanhechting meer in het kaakbeen en zal snel uitvallen.

Soms is niet alleen de rand van het tandvlees rondom de tanden ontstoken, maar is het slijmvlies in de hele mondholte ontstoken. Dit heet stomatitis. Katten met deze aandoening kwijlen vaak en zijn niet in staat om te eten omdat dat heel erg pijnlijk is voor de dieren.

Wat de exacte oorzaak is van gingivitis, periodontitis en stomatitis, is niet duidelijk. Er zijn verschillende theorieen over het ontstaan van deze aandoeningen, zoals een reactie van het immuunsysteem op de bacteriën in de mond van de kat, maar ook wel dat het een auto-immuun reactie is. Bij sommige dieren begint de aandoening als ze zich in een kwetsbare periode bevinden, bijvoorbeeld een poes die net kittens heeft gekregen, of dieren die ziek zijn of net hun jaarlijkse enting hebben gehad. En er zijn aanwijzingen dat er een erfelijke factor bij betrokken kan zijn, vooral als er zich bij de ouders en/of grootouders van de kat ook tandvleesproblemen voordoen. Jammer genoeg is er nog geen onderzoek geweest waaruit duidelijk bleek waardoor de ziektes veroorzaakt worden.

De erfelijke vorm lijkt het moeilijkst te behandelen te zijn, in de meeste gevallen moeten dan de tanden en kiezen van de kat getrokken worden omdat niets helpt tegen de ontstekingen. Zodra de tanden en kiezen verwijderd zijn, is ook de tandplaque en de tandsteen weg, waardoor de kat geen last meer heeft van infecties in de mond.
Bij de niet erfelijke vorm kan een antibiotica kuur of goed tandenpoetsen uitkomst bieden, maar ook hier kan je soms niet ontkomen aan het rigoreus tanden trekken. In alle gevallen is het goed om de kwaliteit van het leven van de kat goed in de gaten te houden, en om daar de behandeling (in overleg met uw dierenarts!) op af te stemmen.

Feline Oral Resorptive Lesions, oftewel FORL

Op deze foto ziet u een hoektand met een kleine, onopvallende uitstulping van het slijmvlies op de rand van het tandvlees.

De röntgenfoto toont aan dat het kleine stukje tandvlees maar de top van de ijsberg is: de wortel van de tand is bijna compleet opgelost. (Zie pijlen)
Foto verantwoording: Dr. Markus Eickhoff **.

Deze ziekte komt bijna altijd voor bij katten die ouder zijn dan 4 jaar. Andere namen voor deze aandoening zijn: tandhalslaesies of botoplossing.

De aangetaste tanden of kiezen veroorzaken leasies in de wortel van de elementen. Dit veroorzaakt heel veel pijn voor het dier. Hierdoor zijn een aantal aanwijzingen dat uw kat lijd aan deze ziekte: kwijlen, bloedend tandvlees, pijn bij aanraking van de mond. Ook zal de kat hongerig zijn en naar zijn voerbak toe rennen, maar er dan vervolgens niet van gaan eten. Of het dier probeerd wel te gaan eten, maar laat al het voer weer uit zijn mond vallen. Aangetaste tanden en kiezen moeten eigenlijk altijd getrokken worden, aangezien er geen genezing mogelijk is. FORL is een progressieve ziekte, wat betekend dat het vaak voorkomt dat andere tanden of kiezen de ziekte ook krijgen, zelfs nadat de aangetaste elementen verwijderd zijn.

FORL is geen ziekte die altijd met het blote oog te constateren is, een kat met een perfect lijkend gebit kan toch aan FORL lijden. Ook zijn tandplak en tandsteen geen veroorzakers van FORL. Alleen een röntgenfoto biedt uitkomst om duidelijk te maken wat er zich onder het tandvlees afspeelt.


BELANGRIJK: Als uw kat serieuze mond-of tandproblemen heeft, ga dan naar een tandarts die zich heeft gespecialiseerd in tandheelkunde!

Geraadpleegde literatuur:

* Tandheelkunde bij hond en kat, Dr. Leen Verhaert, Dipl., E.V.D.C.
** FORL – Die neue Geißel der Katze, Dr. Markus Eickhoff.