Genetica Picture

English Chinese Spain French Italian Dutch Norwegian Swedish Portuguese Taiwanese

Hoe bestrijden we al bestaande gezondheidsproblemen?

Problemen bij een enkele kat

Als bij een kat een afwijking of een ziekte is vastgesteld, die al dan niet erfelijk kan zijn, wat doet men dan? Een grondregel is dat met deze kat niet wordt gefokt, maar dat men met zijn verwanten op dezelfde manier doorgaat. Als hetzelfde probleem zich weer voordoet, kan het verstandig zijn verdere stappen te ondernemen.

Als het een ziekte betreft waarvan BEKEND is dat deze erfelijk is, kunnen de stappen er iets anders uitzien, afhankelijk van hoe de ziekte wordt vererfd. Hieronder zijn enkele suggesties hoe op verschillende manieren met het probleem om te gaan. Hou er rekening mee dat dit algemene aanbevelingen zijn. In specifieke gevallen kan er reden zijn de stappen iets aan te passen.

  • Als de ziekte wordt veroorzaakt door een dominant gen, moet men proberen uit te vinden welke ouder drager is, en of andere verwanten misschien ook drager zijn. Met degenen die de ziekte hebben, zou niet moeten worden gefokt.
  • Als de ziekte wordt veroorzaakt door een recessief gen, fokt men natuurlijk niet met het zieke dier en met de ouders zou ook niet meer moeten worden gefokt, omdat men zeker weet dat ze beiden het gen dragen. Mogelijke broers of zusters van het zieke kitten zouden niet voor de fok verkocht mogen worden, als zij al niet verkocht zijn.
  • Als de ziekte polygenetisch wordt vererfd, zou men niet met de zieke kat moeten fokken en de combinatie, waaruit het zieke kitten voortkwam, zou niet moeten worden herhaald. Wees vooral opmerkzaam op de nestgenoten en andere verwanten, maar neem ze vooralsnog niet uit de fok, tenzij ze zelf verschijnselen van het probleem vertonen. Als het erop lijkt dat een kat veel getroffen kittens krijgt, zelfs al vertoont hij of zij helemaal geen problemen, moet deze kat uit de fok worden gehaald.

Volgende...