Genetica Picture

English Chinese Spain French Italian Dutch Norwegian Swedish Portuguese Taiwanese

Genen

Het woord gen, voor het eerst geïntroduceerd in 1910, werd gebruikt als een abstracte erfelijke eenheid, die een bepaald erfelijk kenmerk in bedwang hield binnen een specifieke soort. Het bestaan van genen was voorspeld door het onderzoeken van erfelijke kenmerken, bijvoorbeeld de kleuren van bloemen, van bekende "ouders" gedurende veel generaties. De beroemdste onderzoeken zijn verricht door Mendel, een Oostenrijkse monnik, naar de verschillende kenmerken van erwtenplanten. De erffactor, die de kleur van de bloemen bepaalde, was aanwezig in verschillende versies. In één geval gaf het witte bloemen, in een ander rode. Hetzelfde gold voor de structuur van de buitenkant van het zaad: sommige zijn gerimpeld, andere glad. Deze verschillende variaties van één bepaald gen worden allelen genoemd. Elk organisme heeft twee allelen voor elk kenmerk, één van elke ouder. Bij elke generatie worden ze opgesplitst als de gameten worden aangemaakt tijdens reductiedeling (meiose): elke haploïde kiemcel heeft maar één allel van het originele paar. Bij de bevruchting wordt een nieuwe combinatie gecreëerd. Beide allelen in het paar kunnen identiek aan elkaar zijn, het individu wordt dan homozygoot voor dat paar allelen (Grieks: homos = zelfde, zygon = paar) genoemd. Als we de allelen, die de kleur van de bloem van de erwtenplant bepalen, br (rode kleur) en bw (witte kleur) noemen, kan een individu uit de volgende combinaties bestaan: brbr = homozygoot, bwbw = homozygoot, brbw = heterozygoot. De kiemcel zal of het allel br of het allel bw hebben.

De allelen voor verschillende erfelijke eigenschappen worden vaak onafhankelijk van elkaar aan de gameten overgedragen, aangezien de verschillende genen zich vaak op verschillende chromosomen bevinden of ver van elkaar verwijderd op hetzelfde chromosoom. Een erwtenplant, bijvoorbeeld, kan de allelen brbw kleur van de bloem hebben en lsks voor een lange respectievelijk korte steel. De gameten kunnen dan elk van de volgende combinaties hebben: brls, brks, bwls of bwks. Wanneer de gameten worden gevormd, worden de allelen voor kleur, br en bw, onafhankelijk van de allelen voor de lengte van de steel, ls en ks, overgedragen.

Volgende...