Genetica Picture

English Chinese Spain French Italian Dutch Norwegian Swedish Portuguese Taiwanese

Maar wat als er al inteelt in het ras aanwezig is?

Als een ras of een populatie al zo ingeteeld is dat duidelijke tekenen van inteeltdepressie waarneembaar zijn, bijvoorbeeld een grote mate van kanker op jonge leeftijd of infecties, wat doen we dan?

Als er niet-verwante lijnen zijn in andere landen, zou de beste oplossing natuurlijk een toename in uitwisseling van katten tussen deze twee landen zijn. Als dergelijke niet-verwante lijnen niet voorhanden zijn, zullen we moeten uitkruisen naar een ander ras of katten zonder stamboom, die min of meer aan de standaard voldoen. Als er genoeg nieuwe genen in de populatie worden gebracht, zal het inteeltprobleem worden opgelost.

Een niet ongebruikelijk bezwaar tegen dit soort oplossingen is dat we niet weten welke nieuwe, schadelijke recessieve genen door middel van deze uitkruisingen in ons ras worden gebracht. Dat is waar, dat weten we niet. Wat we echter wel weten is dat de meeste individuen wel wat schadelijke recessieve genen met zich meedragen. Veel fokkers denken ook dat het beter is een populatie te hebben met meer inteelt en minder verschillende soort genetische afwijkingen, om ze beter onder controle te kunnen houden. Misschien dat er zelfs tests zijn voor deze afwijkingen. Maar, zoals we hieronder kunnen zien, is het beter dat verschillende schadelijke recessieve genen minder vaak voorkomen, dan dat één enkelvoudig recessief gen vaker voorkomt.

Laten we aannemen dat we een populatie A hebben met een genfrequentie van 50% voor een of andere recessieve afwijking. We zullen deze vergelijken met een populatie B met genfrequenties van 10% voor 5 verschillende recessieve afwijkingen. Beide populaties hebben dan dezelfde frequentie aan schadelijke genen, maar populatie A heeft maar één soort afwijkende genen (gemakkelijk beheersbaar), terwijl populatie B zijn afwijkende genen heeft verdeeld in vijf verschillende soorten.

Het risico dat een kitten in populatie A de genetische afwijking heeft is dan 0.50 x 0.50 = 0.25 = 25%.

Het risico dat een kitten een genetische afwijking heeft in populatie B is 5 x (0.10 x 0.10) = 0.05 = 5%.

Dit toont aan dat we aanzienlijk minder afwijkende kittens krijgen in een populatie, die lagere frequenties heeft voor verschillende soorten afwijkingen. De meest effectieve manier een ras gezond te houden, is niet proberen de schadelijke recessieve genen uit te roeien, maar de frequentie op zo'n niveau te krijgen, dat twee schadelijke recessieve genen van dezelfde soort elkaar bijna nooit tegenkomen.

Sommige fokkers twijfelen eraan uit te kruisen, omdat zij bang zijn dat het type voor eeuwig verloren zal gaan. Sommige fokkers zijn van mening dat inteelt (lijnteelt) de enige manier is een uitmuntend en gelijkmatig type te krijgen. Het is waar dat door inteelt te gebruiken u op dit gebied snellere resultaten kunt verwachten. Het probleem is dat u de gezondheid van de katten op de lange termijn riskeert. Het is mogelijk hetzelfde resultaat te krijgen zonder inteelt, hoewel het meer tijd vergt. Helaas is inteelt een zeer verleidelijke sluiproute voor fokkers, die met hun katten willen showen. Maar men moet in gedachten houden dat de meeste genen, die door de inteelt zijn verdubbeld, zeker niets met type te maken hebben. Bijvoorbeeld, een mens heeft ongeveer 30.000 genen, en 98.5% zijn identiek aan die van een chimpansee! En verschillen we toch niet heel erg veel van een chimpansee? Hoe groot is het verschil in genen tussen een Siamees en een Pers? Of een Noorse Boskat en een Maine Coon? Of tussen een Burmees van een goed type en een Burmese dubbelganger van een redelijk goed type? Niet meer dan we met een paar generaties selectief fokken kunnen rechtzetten, daar ben ik heel zeker van!

Volgende...