logo

Liefde op het eerste gezicht

[Vertaald door Sabine van de Ven, fierce-creatures.]

Door Kathy Robinson, als verteld aan Bev Caldwell


Tigger and Lovatt

Mijn eerste twee katten: Tigger & Lovatt

Ik wilde een kat toen ik een kind was, maar moeder was allergisch. Als jong meisje wilde ik een kat, maar wist dat dat niet kon. In mijn pubertijd, verlangde ik naar een kitten om te knuffelen, maar moeder was nog steeds allergisch. Ik mocht nooit een huisdier. Toen ik een jonge vrouw was, nam ik eindelijk mijn eerste kat, Teigetje, een oranje mctabby DSH. Toen kreeg ik een nog een kat en toen nog één. Ik denk dat ik al die huidier- en katloze jaren wilde inhalen. Op een dag liep er een mooie tortie point Siamees de boekwinkel in waar ik werkte, die we de naam Jasmijn gaven en ik was onder de indruk van haar exotische uitstraling. Ik dacht dat ze misschien heel waardevol zou zijn en dus besloot ik een show te bezoeken om dat uit te vinden.

Het was 1976. Tijdens deze show, begon ik te denken dat de kattenliefhebberij het helemaal was voor mij. Het kostte me ongeveer 10 minuten om te beslissen dat ik graag wilde fokken en showen, maar ik had geen idee van de rassen. Op shows en buiten shows, sprak ik fokkers van vele rassen. Ik bezocht een Korat cattery en besprak het fokken van blauw met blauw. Te saai voor mij. Ik bezocht een Birmaanse cattery en bespraken de kittensterfte. Te verschrikkelijk voor mij. Ik zag een Maine Coon en besprak niets anders dan hoe geweldig ze zijn! Het was echt liefde op het eerste gezicht. Ik hield van het type. Ik hield van de vacht. Ik hield van de gezondheid van het ras. Ik vond het geweldig dat er toevallig een Maine Coon Fokker in mijn stad was!


Orchard Cricket

Orchard Cricket of Kennebec
geboren 18 jan '76, Brown Torbie poes
5 maanden oud, fokker: Marion Lively,
eigenaar: Kathy & Jack Robinson

Ik bezocht Marion Lively van Orchard Maine Coons in Pittsburgh, PA, en werd onmiddellijk verliefd op Cricket, een prachtige torbie (brown patch tabby). Ik moest haar hebben, ook al wist ik dat alleen bij de ACFA die kleur voor het Kampioenship aanvaard werd op dat moment. Gelukkig vond Marion het goed dat ik in termijnen betaalde voor Cricket, en ik kon haar thuisbrengen in de zomer van 1976. Cricket werd de eerste fokpoes in mijn cattery.

Het leek mij dat een catterynaam voor Maine Coon katten op één of andere manier moest verwijzen naar de Staat Maine, maar ik wilde niet dat het te specifiek werd omdat ik misschien ooit zou beslissen om te werken met een ander ras. Ik koos voor de naam Kennebec ter ere van een Indiaanse stam in de grote staat van Maine. Het is ook de naam van een van de grootste rivieren van Maine, die naar het zuiden stroomt, helemaal uit Moosehead Lake in het noorden van Maine en welke uitkomt in de Atlantische Oceaan. Ik schreef me om te beginnen in bij CFA met de theorie dat als CFA me aanvaardde, dat de andere verenigingen dat ook zouden doen- dan zou ik niet verschillende namen op de stambomen krijgen. Later schreef ik me ook in bij de CFF (er was een club in Pittsburgh in die tijd) en nog een beetje later ook bij de ACFA. TICA bestond toen nog niet, maar ik ben nu ook geregistreerd bij TICA met de naam Kennebec.


Stonehill Japeth

CH Stonehill Japeth of Kennebec,
gefotografeerd 4 maart '77

Kort nadat Cricket was toegetreden tot ons huishouden, waren mijn man Jack en ik aanwezig bij de World Science Fiction Convention die werd gehouden in Kansas City dat jaar. Wetende dat we naar Kansas City gingen, stelde Marion voor dat wij contact opnamen met Maxine Lenz van Stonehill Maine Coons. Maxine en haar dochter, Jan Gustafson, woonde in Lees Summit, MO, vlakbij Kansas City. We hebben contact met hen opgenomen, en Jan kwam ons ophalen bij ons hotel. We hadden een geweldige bezoek aan de cattery en kletsten de hele middag. Ik kocht mijn eerste dekkater op dat moment, een brown tabby kitten die zou opgroeien tot CH Stonehill Japeth of Kennebec. Jack werd verliefd op een castraat die op zoek was naar een nieuwe thuis. Hij was van Stonehill's eerste nest van MCs - PR Stonehill Ephraim of Kennebec, een cameo tabby met wit (ten onrechte geregistreerd als een crème tabby/wit). Beide jongens kwamen aan op de luchthaven in Pittsburgh kort na onze terugkeer en vestigden zich gelukkig in ons Kennebec huis. Later werden zij vergezeld door de broer van Ephraim, castraat CH Stonehill Amos Mozes, de prachtigste mahonie rood tabby ik ooit heb gezien.

We showden ze allemaal in CFF, later in CFA, en zo begon onze kennismaking met vele jaren in de showhal. Pittsburgh was een zeer actief centrum voor Maine Coon mensen in die tijd. Er waren Marion, ik, Margie Jonnet (Margee) en Saundra Vorndran die niet fokten maar actief showden met hun MC castraten. Marion's katten kwamen van Lily Vanderhoff (Norwynde), Margie's katten waren van Harold Hansen (Cozy Nook), en Saundra had drie katten van Liz Eastman (Ktaadn). Maine Coons kwamen niet heel ver in de CFA rond Pittsburgh hoewel we allemaal mooie, getypeerde katten hadden voor die tijd, en we ze goed presenteerden. Als ik me goed herinner, CH Cozy Nook Dina van Margee, een mooi zwart meisje, verdiende een paar grote punten, en onze Ephraim kwam eenmaal in de finale als Third Best Premier in Al Lunde's Specialty Ring (destijds waren er slechts 3 plaatsen in Specialty en 5 in Allbreed). Op enkele uitzonderingen na, die jaren waren een lange "droge periode." Vaak voelden we ons eind naderen als de keurmeester (hoewel met tegenzin) de BOB en 2-BOB uitdeelde.


Tuffy and Jasmin

Tuffy Whitethroat, een polydactyle DSH
en Jasmin, Tortiepoint Siamees

Het showen werd zeer ontmoedigend toen de CFA het register in 1978-1979 opende om onbekend X onbekend kruisingen te laten showen als eerste generatie. Ieder van ons had heel hard gewerkt in de richting van een beeld van de MC zoals de standaard beschreef - groot, rechthoekig, ruig, enz., en de keurmeesters zagen "Maine Coons" als alles wat geen points had en lang haar had, maar geen Pers was. Het zien van zo veel verschillende typen katten die gepresenteerd werden als MC's, had op zijn zachtst gezegd geen gunstige invloed op de keurmeesters, en dat maakte het nog moeilijker voor ons. Hoewel ik me geen nare opmerkingen kan herinneren, waren zo veel verhalen van keurmeesters die hen boerderijkatten of huisdieren noemden, dat je wel moet geloven dat de algemene mening over het ras niet positief was. Bovendien werden veel van de katten geshowd door mensen die geen fokprogramma hadden, het ras niet begrepen, en zelfs niet wisten hoe ze een schone, verzorgde kat in de showring moesten presenteren. Ik weet dat dit het ras benadeeld heeft en dat maakte de aanvaarding van de MC zoveel moeilijker. Ook werd het moeilijker voor ons, die toegewijd waren aan het ras en die veel tijd, moeite en geld besteedden om een kat te fokken die echt in de showhal hoorde.


Pa-Gar Victor K

CH. Pa-Gar Victor K of Andyspals
geboren 3 feb '75, Blue Tabby kater
foto van sept '76, fokker: Gladys Garner
eigenaar: Clara J. Breen

Ik zat in het steward programma op dit moment en op de meeste shows ging ik stewarden. De shows bestonden uit maar 4 ringen over 2 dagen dus er was veel tijd om te "lobbyen" voor het ras. De keurmeesters die ik sprak waren geïnteresseerd om te leren, maar het was "een zeer lange weg" met de meeste van hen. Het was duidelijk dat veel van de keurmeesters het ras niet respecteerden en vonden dat Maine Coons niet thuishoorden in een showhal. Er waren tijden dat ik me echt afgevroeg waarom ik de moeite nam om uren mijn katten te wassen en groomen, om alleen een keurmeester te zien die net deed alsof hij/zij de katten niet kon verdragen om aan te raken, laat staan ze een grondige beoordeling te geven.

Van 1977 tot 1982 werden de shows van de CFF in Pittsburgh een verzamelplaats voor MC mensen van overal, ze werden een soort reünies. Ruth Pratt kwam zelfs een keer helemaal uit Californië met Purrbred's Silent Stranger, een witte jongen die CFA's eerste MC Grand Champion werd. (In die dagen kwam het niet zo vaak voor dat kattenmensen overal heenvliegen om naar shows te gaan.)

Veel andere katten die nog steeds voorkomen in stambomen van vandaag (hoewel vele generaties terug) zijn voorbij gekomen in de ringen van Pittsburgh. Connie Condit bracht haar Heidi Ho katten Sonkey Bill, Henry Sayward, en Seth Parker. Ginny Molloy was er met Charmalot Bluesette. Iedereen kende iedereen, het was erg leuk. We hielpen elkaar, en we moedigden elkaar aan en juichten voor elkaars katten.


Stonehill Ephraim

PR Stonehill Ephraim of Kennebec, foto 30 okt '76

Cricket en Japeth kregen slechts één nest voordat ik Japeth verloor aan cystitis (FUS, Feline Urologic Syndroom, nu genoemd FLUTD, Feline Lower Urinary Tract Disease.)

Dit was een schok en onuitsprekelijk verdrietig voor mij omdat zowel de dierenarts en ik dacht dat we dit op tijd hadden gezien en hem tijdig hadden gecatheretiseerd. Rond diezelfde tijd kwam Magnificat of Oregano Kennebec (geregistreerd crème/wit, maar eigenlijk cameo of rood zilver/wit) bij mij wonen. Gefokt door Jan Spurr (Magnificat/Magnificoon) en was oorspronkelijk eigendom van Jerry Cuba (Oak Glen Cattery uit Californië), hij was gecombineerd met Pupuli Tutsi Frutsi en produceerde Oak Glen Orange Juice Kid en Oak Glen Carmel. Deze twee komen nog voor in de stambomen van vandaag.

Als opmerking, er zijn een paar redenen voor de registratieverschillen van Efraïm en Oreo, en ik weet zeker van vele anderen ook. Een van de redenen was dat niemand het inhibitor gen echt begreep en vooral niet als het samenviel met het 0 (rood) gen. Een andere reden was dat de "echte" kleuren niet showable waren op het moment, de katten waren al "verkeerd-geregistreerd" toen ik hen kreeg. Oreo fokte als een dominante effen wanneer hij gecombineerd werd met een effen zwart meisje; hij gaf me effen zwart, zilver tortie en schildpad met wit. Toen hij Cricket dekte, produceerde hij een aantal kittens die zilver mctabby waren maar ook enige rood mctabbies. Oreo was vrij kort en rond voor de normen van vandaag, maar zijn temperament en persoonlijkheid kon niet verslagen worden. (Oreo is de afkorting voor Oregano wat passender zou zijn geweest als hij zwart/wit was geweest, maar ik kon mezelf niet toe brengen om hem te noemen wat de Cuba's hem noemden - Orgie!)


Tanstaafl Loki

Tanstaafl Loki of Kennebec
geboren 20 aug '79 Rood Tabby & Wit kater
fokker: M-M R E Hicks
eigenaar: Kathy & Jack Robinson

In 1979, om type toe te voegen aan mijn katten, kocht ik een rood tabby/wit jongen van Beth Hicks (Tanstaafl), Tanstaafl Loki of Kennebec. Ik heb nooit een kitten van hem gekregen want net toen hij oud genoeg om vader te worden, zat ik zelf midden in het krijgen van mijn eigen baby's en het starten van mijn gezin. Mijn eerste kind werd geboren in 1981. Ik ging nog een jaar door met de katten, maar ik kon geen recht meer doen aan zowel mijn menselijke familie als aan mijn kattenfamilie, dus ik stopte met de liefhebberij in 1982. (Een vriend die Loki een tijdje "huurde" heeft een nest of twee van hem gehad, maar ik geloof niet dat iets daarvan ooit werd gebruikt in een fokprogramma. Dit vind ik het spijtigste van "de eerste keer" met mijn cattery - dat geen van mijn katten echt bijgedragen heeft aan het ras.)

In de jaren die volgden, bleef ik door enige vreemde omstandigheden achter met een aantal katten met urinewegproblemen die niet konden worden gecontroleerd, ik verloor toen een aantal van mijn katten en herplaatste vele anderen. Ik hield een paar van mijn MC's en een paar HTK's tot 1987 toen de laatsten van mijn eerste team naar de Rainbow Bridge gingen. Na 6 maanden kon ik er niet meer tegen dat ik geen kat had en ik adopteerde een zwarte korthaar en een zwart-witte langhaar. Inki overleed afgelopen voorjaar met 16 of zo, en Abigail is nog steeds bij ons, dik en brutaal.

In 1995 bezocht ik voor het eerst in 14 jaar weer een kattenshow. Ik wandelde rond met ontzag voor de kwaliteit van de Maine Coons. Ik zag Bill Lee keuren in een ring; gelukkige herinneringen in mijn hoofd van de jaren daarvoor over het stewarden voor hem en het bespreken van het ras. Lachend om die gelukkige gedachten, ging ik zitten en keek naar zijn finale. Toen gebeurde het. Ik denk dat het zijn Second Best kat was. Hij zette GRC Thecathut Dizzy Gillespie op de tafel, en dat heeft me de das omgedaan. Ik was alweer verslaafd, en mijn leven zou niet compleet zijn totdat er weer Maine Coons waren.


Kennebec Melchizedek

Kennebec Melchizedek, geboren 1 feb '98, Cameo
(Rood Zilver) Tabby & Wit kater. CH Blue
Blaze Silverado of Kennebec X Pittsburgcoon's
Briar Rose, fokker/eigenaar Kathy & Jack Robinson
Foto met 8 maanden door Larry Johnson. Een
voorbeeld van hoe Kennebec's katten er
tegenwoordig uitzien.

Het kostte me tot de herfst van 1996 om een kat te vinden, en hij was CH Blueblaze Silverado of Kennebec (zilver tabby). Ik zou hem net gaan showen in de Premiership, maar hij was zo mooi en toen zijn fokker zei dat het goed was om met hem te fokken (bedankt, Elektra!), ben ik weer besmet met het 'virus'. Sindsdien heb ik verscheidene meisjes gekocht en heb nu katten van eigen kweek. Naast Blueblaze, zijn mijn katten van Pittsburgcoon, Navkatz en Canongate. Maar als ik nu weer voor de eerste keer zou beginnen, of als ik een nieuwe fokker zou moeten adviseren, zou ik zeggen om wat tijd te nemen met showen in de Premiership. Ik zou ook zeggen om veel te lezen, huiswerk en onderzoek te doen en praat met veel mensen voordat je gaat fokken of dat je je eerste fokkat koopt. Ik denk ook dat het goed is om meer dan één mentor te hebben en te praten met zo veel mogelijk mensen. Hoe meer mensen je spreekt, hoe meer je leert en je ook kan profiteren van veel verschillende perspectieven. Ik geloof niet in het beperken van jezelf tot één bron van informatie. Als fokker, vond ik het heel belangrijk om dichtbij bij fokkervrienden te zijn, samen de katten badderen en showen is goed. Het is goed om een paar fokkers te gebruiken als klankbord. Iedereen moet af en toe zijn ei kwijt.


Kennebec kitten

Kennebec kitten, foto van maart '80 op een
leeftijd van ± 6 maanden,
Zilver McTabby kater van Oreo & Cricket

Vandaag de dag zijn de Maine Coon klassen heel anders dan in mijn vroegere dagen in de liefhebberij. Toen ik begon, waren er veel bi-colors, blauwtabbies en crémetabbies: vandaag de dag ben ik geshockeerd door het gebrek aan diversiteit in kleuren (ondanks dat dat aan het veranderen is), dus ik ben actief bezig om alle kleuren te showen behalve bruin. Ik ben vooral geïnteresseerd in zilver, smoke en cameo kleuren, maar ik ben het meest geïnteresseerd in "het bouwen van de schuur voordat je hem schildert"; het fokken van stevige gezonde katten en daarna me zorgen maken over de kleur. Ik hou van een snuit die eruit ziet alsof hij tegen een stenen muur is gerend en ik heb een hekel aan te kleine kinnen. Oorplaatsing is belangrijk, ik hou van grote oren met tips en pluim. Maar over het algemeen hou ik van een kat die in balans is, een uiterlijk dat het midden houdt tussen lief en wild. Tegenwoordig zijn de katten veel meer uniform in type en veel dichterbij de visie die de eerste MC-fokkers hadden; wat verandert lijkt te zijn, zijn de mensen met katten. Ik zie onderonsjes en beschuldigingen, regelrechte onbeschoftheid en onfatsoenlijkheid onder de mensen die met het ras bezig zijn. Naar mijn mening helpen deze houdingen en gedragingen het ras in geen geval.

Ik hou van showen en ik show mijn fokkatten tot ze minimaal Kampioen zijn. Je kan dan zien hoe ze het doen op een show, en ik denk dat het belangrijk is om te zien wat anderen van mijn katten vinden, hoe goed ze aan de standaard voldoen of waarom ze niet aan de standaard voldoen. Ik vind het ook leuk mijn kittens te showen. Op die manier is het kitten al gewend aan de showhal, mocht het mooi uitgroeien. Ik vond het zeker niet gemakkelijk om al vroeg te zien of een kitten aan de standaard voldoet en een top showkat kan zijn. Soms heb je er wel enig idee van maar alleen tijd en groei zullen het antwoord geven. Het kitten dat er geweldig uitziet kan zich toch niet meer ontwikkelen na 3 maanden, en een nestgenootje kan je verrassen en uitgroeien tot een fantastische volwassene. We hebben allemaal geweldige showkatten die als huisdier in geweldige gezinnen leven, bij mensen die nog nooit naar een show zijn geweest - met of zonder kat!


Stonehill Ephraim

PR Stonehill Ephraim of Kennebec, geboren 11 okt '73, créme
Tabby (Cameo)/wit castraat, foto met 8 weken en van maart '77,
fokker: Maxine Lenz/Jan Gustafson, eigenaar: Kathy & Jack Robinson

Mijn grootste frustraties van het showen zijn de politieke spelletjes en de houdingen die ik hierboven al noemde, hoewel ik ze meestal negeer. Het is mijn hobby. Ik hou van praten met andere kattenmensen en om de katten die ik fok, te laten zien. Toch is showen niet het doel. Het doel is om gezonde en fantastische vertegenwoordigers van het ras te fokken en of er al dan niet met ze geshowd gaat worden, zegt niets over hun bijdrage aan het ras.

Of je wel of niet moet fokken met een kat met fouten, hangt af van de fout. Een prachtige kat met een medaillon, nou dat zou jammer zijn om daarmee niet te fokken. Een kat met een erfelijke staartafwijking is waarschijnlijk niet de moeite, maar ik zal nooit nooit zeggen. Wat betreft de foundationkatten, ik geloof dat er zeker nog een plaats voor ze is in fokprogramma's maar de eerste generatie is zeker niet showbaar. Ik heb begrepen dat de ASH mensen een goed programma hebben om foundationbloed in hun stambomen te krijgen met enige criteria, maar zeker niet te streng. Wat betreft lijnteelt en outcross wil zeggen dat ik nauwe inteelt, gezien de algemene toestand van het ras, met argusogen bekijk. Een gedeelde voorouder kan oké zijn als de genetische diversiteit niet opgeofferd wordt. Toen ik na een pauze van 14 jaar weer stambomen ging bestuderen, verbaasde het me hoe klein de genenpoel is geworden door het "overgebruik" van bepaalde katten. (Fokkers van andere rassen vertellen me dat zij met hetzelfde zitten.) In elk geval ben ik erg voorzichtig met mijn stambomen en ik probeer ze zo divers mogelijk te houden.


Kennebec Fantasia

Kennebec Fantasia, Smoke Tortie Poes,
gekeurd door Larry Paul op de
Pittsburgh ACFA lenteshow in 1979,
Fokker/eigenaar: Kathy & Jack Robinson

Mijn katten hebben toegang tot het hele huis, op de vloer, op de kasten en loungen op de bank, noem het maar. Ik hou de heren wel in aparte kamers en als de meisjes moeten gaan bevallen, gaan ze naar mijn slaapkamer. Ik heb niet veel echte hoogtepunten gehad in mijn fokcarriére, maar dieptepunten heb ik elke keer als een kat ziek is of ik een kitten verlies. Ik heb de laatste jaren een aantal katten in de fok verkocht en ik hoop dat de Kennebec naam zal voorkomen in de stambomen van de toekomst. Eén smoke tortie kitten uit Oreo en Stonehill Mimi of Kennebec is naar Canada gegaan, maar ik ben haar uit het oog verloren. Als iemand informatie heeft over Kennebec Fantasia, dan hoor ik dat graag.

Oh, en mijn moeder? Die is nog steeds allergisch voor dieren, en als ze op bezoek komt, blijft ze niet lang. Ma is nooit enthousiast geweest over mijn katten, maar goed, ze was ook niet enthousiast toen ik zwanger was van de derde. Het is moeilijk om je dromen te verwezenlijken als je het leven leidt dat anderen vinden dat je zou moeten leiden, dus in plaats van me schuldig te voelen ten opzichte van anderen, kies ik ervoor te doen wat voor mij goed voelt en ik trek me niets aan van wat anderen vinden wat ik zou moeten doen of laten.


Stonehill Japeth and Orchard Cricket

CH. Stonehill Japeth of Kennebec, geboren 15 juni '76,
Bruin Tabby kater en Orchard Cricket of Kennebec,
foto van 30 okt '76. Fokker: Maxine Lenz/Jan Gustafson,
Eigenaar: Kathy & Jack Robinson

Een nadeel van het fokken zijn tegenwoordig de gezondheidsproblemen die duidelijk zijn geworden zoals heupdysplasie (HD) en hypertrofische cardiomyopathie (HCM). De eerste keer had ik geen idee dat dit soort dingen bestonden. Natuurlijk wist niemand toen wat we nu weten: er zijn ongelooflijke vooruitgangen geweest in de kattengeneeskunde en -kennis in de laatste paar jaar. Wat droevig is, is dat de mate van inteelt om te komen tot de uniformiteit van het type, deze problemen, die toen zeldzaam waren, naar de voorgrond heeft gebracht. Het bepalen van het type is wat Connie Condit zo goed gedaan heeft - als de fokkers die haar katten hebben gebruikten, maar meer aan outcross gedaan. Als je de stambomen bestudeert, zie je dat iedereen zijn lijnen begonnen is met een behoorlijke inteelt, al zijn ze later gaan outcrossen. De crux is dat we heel voorzichtig moeten zijn wie we met wie kruisen, anders zal de vitaliteit die we hebben leren kennen en liefhebben in de Maine Coon, verloren gaan. Aangezien mijn belangrijkste doel is om die vitaliteit te behouden, test ik Kennebec fokkatten op HCM en HD als tijd en geld dat toestaan.


Stonehill Amos Moses

Castraat Ch. Stonehill Amos Moses,
gebroen 11 okt '73, Rood Tabby castraat,
foto van '77 of '78, Fokker/eigenaar:
Maxine Lenz/Jan Gustafson

Over het algemeen vind ik dat de Maine Coon van vandaag de kat is geworden die we wensten toen we bezig waren met vijfde en zesde generatie katten: grote vierkante lichamen, lange vloeiende staarten, vierkante snuiten en goedgeplaatste grote oren met geweldige tips en pluimen. Een geweldige stimulans in de showhal tegenwoordig is dat Maine Coons de finales halen. Ik vind dat ze die vaker moeten halen, gezien de populariteit van het ras. Dat gezegd hebbende, vind ik wel dat er fokkers zijn die gezondheid opofferen voor showoverwinningen.

Ik zou zeggen dat de zorgen om de gezondheid, het spookbeeld van HD en HCM, en de warwinkel in sommige stambomen, onze grootste zorg moeten zijn; het is mijn mening dat fokkers echt moeten beginnen de verantwoordelijkheid te nemen voor de vitaliteit, gezondheid en zelfs het overleven van de Maine Coon kat. Als wij het niet doen, wie dan wel?


De Kennebec Cattery zou niet bestaan hebben zonder de steun en liefhebbende tolerantie van mijn man, Jack. Hij houdt van katten (maar hij vindt kattenshows net zo interessant als drogende verf), maar hij heeft een uitgesproken afkeer van bepaalde vervelende luchtjes. Ik denk dat hij zich realiseert welke rol de katten hebben om mij geestelijk gezond te houden en hij klaagt niet erg veel over kattenharen op zijn broeken! Nu dat mijn kindern 18, 16 en 13 zijn, helpen zij me met de katten. Nou ja, ze helpen me met de kittens liefhebben en socialiseren, maar ik moet verkochte kittens zo ongeveer het huis uit smokkelen als ze niet kijken.

Verder wil ik Lynda Kaczmarski van Pittsburgcoon bedanken, die mij mijn eerste fokpoezen gaf toen ik weer opnieuw begon. Ik waardeer haar advies bij het plannen van toekomstige nesten en zij is degene die helpt met de katten wassen, waar ik mee klets tijdens onze reizen en die een goede vriendin is.



© "Maine Coon International", issue 20, 1999.
Herdrukt met toestemming.