logo

Connie Condit en haar Heidi Ho Cattery

[Vertaald door Sabine van de Ven, fierce-creatures.]


Henry

Henry

Geen register van de Maine Coon kat is compleet zonder het toevoegen van Heidi Ho. We hebben veel van onze foto's gepubliceerd in een vorig nummer maar zijn nu fortuinlijk genoeg ze te kunnen voegen in het verslag van Luitenant Kolonel Mary (Connie) Condit. In haar eigen woorden vertelt zij van de geschiedenis en voortgang van mogelijk de beroemdste Maine Coon cattery in de wereld.

Half verwachtend dat Connie's reactie op mijn verzoek een gaap zou zijn ("Ben ik al geweest, heb ik al gedaan, iedereen weet alles wat er valt te weten"), was ik verrast om zo'n willige en enthousiaste respons- en zo'n rijkdom aan herinneringen en anekdotes. Na het lezen van sommige van de verhalen die we eerder publiceerden (ze becommentarieerde "The stories Kitty (Dieterich) and Bunty (Washburn) kwamen er liefdevolle herinneringen naar boven. Ik hoor nóg Kitty's afgrijselijke gil toen Abe zich begon te gedragen als een echte kleinzoon van "Afschuwelijke Henry". Daarna kwamen de herinneringen snel naar boven, een beeld gevend van Heidi Ho dat zelden gezien is in het openbaar.

Connie werd opgevoed met katten. "Ondanks dat ik me de eerste niet herinner, was dat een grote grijze buurtkat die het huis in sloop om bij mij in de wieg te slapen tot mijn moeder hem vond. De eerste die ik me wel herinner is een red tabby korthaar, Tommy, die jong stierf als gevolg van een gevecht met een andere kater. Dit was voordat mensen eraan dachten om te steriliseren en castreren. Ik bracht zomers door bij mijn grootouders op de boerderij waar we soms tot over onze oren in de katten zaten, tot de jaarlijkse wereldwijde panleukopenia-epidemie toesloeg. Er waren toen nog geen vaccins."


Polly Adeline

Polly Adeline
(Noot van de redactie: in het tijdschrift
staat dat dit een foto is van Polly Adeline,
maar op deze foto staat Molly Stark.)

"Er waren vele katten in mijn leven, maar geen één die ik de mijne kon noemen, tot ik in 1963 een Siamees kitten van een vriend kreeg. Popoki was iets meer dan een jaar oud toen hij stierf aan een of andere inwendige infectie. Hij werd meteen opgevolgd door Abner, ook een Siamees, waar kort daarna Kim Chee aan werd toegevoegd, een Siamabby. Ik moet erbij zeggen dat ik destijds bij het Army Nurse Corps zat en vaak moest verhuizen. Ik had moeten stoppen bij Abner en KC maar ik voegde nog een Duitse Herder toe, Heidi Ho, en daarna Charlie Brown. De volgende was Schroeder."

Na deze opeenvolging van huisdieren en "andere rassen", ontmoette Connie de katten die wij zo goed menen te kennen, Andy Katt van Heidi Ho en Bridget Katt van Heidi Ho. Ze vervolgt: "De eerste Maine Coon kwam in 1969, toen ik lesgaf op de Walter Reed Army School of Nursing. De school en de slaapzaal werd bezocht door een zeer zwangere brown mackerel tabby, op zoek naar een sukkel. Die vond ze een heleboel en aangezien ik een huis had met een logeerkamer werd ik verkozen om haar in huis te nemen. 'Susan' was geen Maine Coon. Ik weet niet waar ze wel voor doorging, ze leek op een Kliban sneakers kat zonder schoenen. In ieder geval, twee weken later trakteerde ze ons op 4 grote jongens, twee zwarte, één bruine mackerel tabby en één bruin mackerel tabby met wit. Ons "ongetrouwde- moeders-fonds" nam Susan's entingen en sterilastie voor haar rekening en mijn moeder nam Susan op, ze leefde 11 jaar met haar en de laatste 4 met mij. Faculteitsmedewerkers namen de twee zwarte en de bruine mackerel tabby jongens (de kortharen) en ik besloot om Andy te houden, de bruin mackerel tabby met wit langhaar."

"Toen Andy ongeveer 6 maanden was, kwam ik Bonnie Rich tegen (Richelieu Cattery) en zij ging uit haar dak voor Andy, ze stond erop dat ik hem zou registreren en showen- en met hem fokken. Ik dacht dat ze gek was, gezien zijn moeder en onbekende vader, maar ze legde foundation registratie uit en, om haar op te laten houden, schreef ik naar de ACA en registreerde hem. Ik wist ergens wel dat een Maine Coon een grote langharige kat was- omdat ik een artikel van Jane Martinki over hen had gelezen in Cats Magazine. Toen kwam Bonnie terug van een vakantie in Florida met Bridget als zijn bruid, ondanks dat ik haar in niet mis te verstane bewoordingen had gezegd dat ik niet in de gelegenheid was te gaan fokken!!"


Henrietta

Henrietta

"Ik was ook lid geworden van de MCBFA om meer te leren over Maine Coons en ik had contact met Betty Ljostad. Ik dacht nog steeds dat Bonnie gek was, maar Betty stelde voor om Andy mee te nemen naar een ACFA show in New Jersey en de keurmeesters te laten beslissen of hij een Maine Coon was. (Bridget was zwanger dus die kon niet mee.) Hij kwam thuis als Champion. Drie shows later, was hij Grand! ( De regels waren toen nog anders)."

Ze voegt eraan toe: "Ik laat een hoop details weg, maar dit is in essentie hoe ik aan mijn eerste Coons kwam. Ik veronderstel dat je het per ongeluk zou kunnen noemen. De cattery is genoemd naar mijn duitse herder - zij was compleet begaan met het grootbrengen van kittens, meteen vanaf de geboorte: de katten hielden van haar en ze was een geweldige babysitter."

Na haar opmerking dat zij min of meer per ongeluk aan het fokken ging, en niet van plan was ermee door te gaan, vroeg ik haar of ze toch nog naar andere katten zocht of dat ze van plan was dingen te veranderen. Haar antwoord: "Geloof me, ik ben niet op zoek gegaan naar nog meer katten! De kudde verplaatsen was moeilijk genoeg. Eén kitten van Bridget's eerste nest ging naar een fokker in Midwest, de andere én de kittens van het tweede nest gingen naar vrienden en familie. Toen het derde nest kwam, had ik besloten om een beetje te gaan fokken (!), dus ik hield de drie vrouwelijke kittens, Heather, Molly en Fanny Abigail en twee katertjes, Parker en Henry Sayward, om met hen onderling te fokken om de slechte genen eruit te halen. Die vijf waren mijn fokkatten tot ik terugkeerde uit Duitsland, het moment dat ik Polly Adeline (Tanstaafl) en Oquossoc (Ktaadn) inbracht voor wat lijnfok. Ik deed de meisjes met pensioen en ook Henry en Seth, nadat ik Sonkey Bill had gekregen van Henrietta en Henry. Die combinatie was een gok, maar eentje die ik besloot te nemen omdat ik te lang weg was geweest om te weten welke fokkers katers hadden die ik zou willen gebruiken, en Henrietta was al 2 en moest gedekt worden. Ik had geluk met Sonkey. Ik had ook Becky gehouden voor de fok - zij bracht Seth's genen in voor een volgende generatie."

"Mijn fokprogramma was meer op de bonnefooi dan wat anders. Mijn voornaamste doel was fenotype - als ik het kon zien, wist ik dat het er was. Ik had geen ruimte om te hopen op iets wat ik niet zag. Ik had destijds mijn limiet gezet op 20 katten als het hoogste aantal waar ik fatsoenlijk voor kon zorgen, inclusief de katten op pensioen en de zwerfkatten. (Dit aantal kroop omhoog toen Susan weer bij ons kwam wonen.) Het hoogste aantal fokkatten dat ik ooit tegelijkertijd heb gehad waren vier poezen en twee katers. De meisjes kregen 1 nest per jaar, behalve bij een paar keer dat Seth Parker het voor elkaar kreeg de deur open te maken van de katerkamer. Houdini was zijn tweede naam!"


Becky

Becky
(Noot van de redactie: volledige naam is Rebecka Katt.)

Dus - het lijkt erop dat Connie van gedachten is veranderd over 'niet fokken' en over 'niet op zoek zijn naar andere katten': dus - terug naar de veranderingen die zij misschien had willen maken: "Er was eigenlijk niet veel wat ik wilde veranderen. Andy's neus stop was een beetje te veel van het goede, dus dat corrigeerde ik met die van Bridget. Daarna was het een kwestie van de status quo vasthouden. Ik heb nooit begrepen waarom mensen zeggen dat ze het ras mooi vinden, en dan beginnen met het eerste ding te veranderen, en dan het volgende. Jaren geleden schreef een beginnend fokker mij voor advies voor haar fokprogramma. Ze vroeg "wat vinden de keurmeesters mooi"? Mijn antwoord was bot: Naar de hel met wat de keurmeesters vinden, fok naar de standaard! Toen ik met fokken begon, herkenden de keurmeesters een goede Coon nog niet als ze er overheen struikelden!"

Toen vroeg ik Connie of zij had beslist zich in bepaalde kleuren te specialiseren: "Niet echt. Ik denk dat mijn favoriete kleuren bruin en zilver tabbies waren en ik heb liever mackerel dan classic. Ik vind ook torties en torbies in poezen mooi. Mijn nesten hadden meestal elke kleur, inclusief cameo, wat er een verrassingselement in hield! Meer dan op kleur en zelfs meer dan op type, legde ik de nadruk op gezondheid en karakter. Ik dacht aan mijn katten op de eerste plaats als gezelschapsdieren - als ik dat aspect niet leuk had gevonden, had ik ze niet gehouden." Maar welke look heeft haar voorkeur? "Ik geef de voorkeur aan de oorspronkelijke look. De Clone look was tot in het extreme doorgedreven door teveel lijnfokken. De mensen die met de Clones fokten hadden er beter aan gedaan met goede foundation Maine Coons te fokken en zo de genenpool uit te breiden. Vaak als ik een show bezoek, kies ik als beste katten onbewust toch voor katten met Heidi Ho in hun stamboom, het lijkt alsof de meesten dat toch hebben. Een paar jaar geleden kreeg ik de schok van mijn leven toen ik op een show de gereïncarneerde Henry Sayward zag!!"

Dus daar was de uitspraak: de Clone look!! Ik vroeg haar naar die uitdrukking. "Ik weet niet waar de term Clone vandaan kwam. Het was nogal goedgekozen. Ik kan er maar 1 of twee bedenken die het niet waren." Daarna vroeg ik Connie of zij vanaf het begin had geweten dat een verparing van Sonkey en Polly zo succesvol zou zijn. "Nee dat wist ik niet echt; ik had gewoon het gevoel dat dat zo moest zijn. Maar ik was niet helemaal tevreden met de manier waarop de Clones zich ontwikkelden; ze waren te slank en lijzig en in elk geval een deel van hen was te fijngebouwd. Ze hadden verpaard moeten worden met lijnen met meer outcross erin."


Henry

Henry

Even afwijkend van het onderwerp "serieuze-fokkers-vragen", vroeg ik Connie naar haar levensstijl destijds. Ik had gehoord dat ze regelmatig verhuisde en vroeg me af hoe zij haar katten en fokken met deze levensstijl combineerde: "Ik begon in Maryland en vanaf daar ging ik voor een jaar naar Denver; daarna voor 2,5 jaar naar Fort Benning (Columbus), Georgia, daarna voor 2,5 jaar naar Stuttgart in Duitsland; uiteindelijk terug hier naar Denver, waar ik met pensioen ging." Maar hoe pasten de katten daarin? "Niet gemakkelijk, maar het waren allemaal goede reizigers". Bij onze eerste verhuizing van Maryland naar Denver, stopte ik 12 katten en Heidi in mijn stationwagen en zei tegen ze "zitten, stilzitten, we gaan naar Denver". Ik maakte slechts 1 stop bij mijn moeder in Illinois, waar ik ze voor drie dagen in mijn slaapkamer loste, daarna naar Denver, waar ik pensionplaatsen had gereserveerd tot we in ons huis konden trekken. Na die reis, kocht ik een 18 ft trailer, deelde die op in een jongens- en meisjesdeel en toen werd het reizen een stuk makkelijker. De reis naar Duitsland was iets gecompliceerder, maar met hulp van Betty en Rod Ljostad en Liz Eastman lukte alles zonder rampen. Ik had een klein probleem om een douanebeambte te overtuigen dat ik de katten niet importeerde voor de verkoop, maar nadat ik een medewerker van de vliegmaatschappij had geïnstrueerd te zeggen "sommige mensen verzamelen postzegels en deze gek verzamelt katten", mochten we door!"

"Waar ik ook wooonde, de katten leefden met mij in huis. Natuurlijk moest ik wel aparte ruimtes maken voor de katers. De castraten mochten heen en weer lopen. Behalve in Duitsland hadden ze toegang tot buitenrennen maar ook daar hadden de katers toegang tot het balkon dat ik had afgeschermd. Nadat we met pensioen gingen hier in Denver, maakte ik de hele tuin 'cat proof' en bouwde ik een veilige buitenren van 16 ft bij 20 ft in de tuin voor de katers. Ik geloof dat dat een reden was dat de katten zo gezond waren en zo makkelijk bevielen. Polly Adeline was buiten in de tuin bomen aan het klimmen, de dag voordat ze beviel van 6 of 7 kittens. Als de kittens een week of 6 oud waren, verzamelden de moeders ze bij het opstapje naar het kattenluik en namen ze de hele dag mee naar buiten."

We hebben verschillende indrukken gehoord van de sfeer destijds op shows en ik vroeg Connie hoe zij het "welkom" dat het ras ontving inschatte; "Ik denk dat de shows vriendelijker waren toen. We waren wel de underdogs, maar met de nogal schimmige achtergrond van sommige van onze foundationkatten verwachtten we dat ook min of meer. Ons doel was om de standaard te fokken tot we de ongewenste genen, die erin waren gekomen toen de Maine Coons onder elkaar fokten, eruit hadden. Ik denk dat we dat bijna voor elkaar hebben. Als ik nu door een kattentijdschrift blader, vind ik dat Coons eruit zien alsof ze tot hetzelfde ras behoren, en dat is meer dan ik kon zeggen toen ik begon. Ik weet niet of we echt impopulair waren. Niemand besteedde veel aandacht aan ons tot we finales begonnen te halen en met een goed aantal katten meededen. Ik ben op veel shows geweest waar mijn 1 of twee katten de enige ingeschreven Coons waren. Dat was vooral zo toen ik met pensioen ging in Denver. Ik vond showen nooit erg leuk, maar ik vond het mijn plicht als fokker om bekendheid te geven aan het ras."


Jason

Jason

En hoe toen was de houding tussen de verschillende Maine Coon fokkers en eigenaren? "Voor het grootste deel was een vriendelijk stel mensen. We leken gezamenlijke doelen te hebben en verwelkomden nieuwkomers. We hadden veel plezier op shows en hielpen elkaar. Het was helemaal niet ongewoon om andermans kat naar de ring te dragen als we de eigenaar niet konden vinden als zijn nummer werd omgeroepen en we vierden het samen als 1 van onze katten het tot de finale haalde, wat maar zelden gebeurde. Zoals ik al eerder zei, ik denk dat onze katten nu op katten lijken die van hetzelfde ras zijn en een belangrijke reden daarvoor is dat we in het begin van de zeventiger jaren de standaard herzagen en probeerden zo specifiek mogelijk te zijn. We gafen iedereen de mogelijkheid tot bijdrage van hun gedachten en daarna werkte een aangewezen comité maanden om alles vorm te geven."

Om terug te komen op meer specifieke Heidi Ho vragen, vroeg ik Connie toen naar haar oorspronkelijke fokplannen - of ze er meer foundation katten in bracht voor outcrosses of dat ze liever naar de katten van andere fokkers ging: "Mijn enige 'foundation' katten waren Andy en Bridget, die ik nog steeds zie als de katten uit mijn huishouden die de meest diepgaande invloed hadden op het ras- zij zijn namelijk alles begonnen voor mij. In het begin, zoals ik al vertelde, teelde ik sommige van hun nakomelingen in, om slechte genen in hun onbekende voorouders aan het licht te brengen en door dat te doen ontdekte ik een gen voor een gespleten gehemelte. Destijds was er niet veel informatie beschikbaar over genetische fouten bij katten, maar omdat een gespleten gehemelte bij mensen erfelijk is, ging ik ervan uit dat dat bij katten ook zo is. Andy en Bridget brachten 19 gezonde nakomelingen voort zonder zichtbare afwijkingen. Ingeteeld brachten die gespleten gehemeltes voort. Ik selecteerde echter zoals ik al eerder zei de twee katers en drie poezen die ze niet produceerden. Deze katten vormden mijn 'productielijn' voor de 4 of 5 jaar daarna en er was nooit meer een gespleten gehemelte, noch hoorde ik ervan van de paar mensen die een fokkat van mij kregen. Ik denk dat ik het foute gen aan Bridget weet. Toen ik haar kruiste met een zoon die een gespleten gehemelte had geproduceerd, kreeg zij er twee in een nest van vijf. Ik kon Andy niet controleren, omdat er geen dochter was die een gespleten gehemelte had geproduceerd en omdat hij al gecastreerd was om een niet-genetische reden, tegen de tijd dat ik Bridget testte."


Chassanetta

Chassanetta
(Noot van de redaktie: in het tijdschrift
wordt deze kat Chassanetta genoemd,
het moet echter gespeld worden als Chansonetta.)

"Nadat ik met pensioen was gegaan en Polly, Soc (Oquossoc), Becky en Sonkey erbij had gebracht, deed ik Henry en Seth met pensioen en had ik een over het algemeen gesloten cattery maar ik liet de katers buitendekkingen doen voor een paar mensen. Een beperkt aantal van Polly's en Sonkey's klonen vertrokken als fokkatten."

Aangezien Connie het gespleten gehemelte probleem zo vrijelijk besprak, durfde ik te vragen naar andere geruchten over problemen die rondgingen bij katten van toen. Wie heeft er geen geruchten en gegis gehoord over de oorzaken van gezondheidsproblemen bij onze katten, zelfs vandaag de dag? Ze gaf antwoord met dezelfde eerlijkheid (en ik was zeer geïnteresseerd in de verzameling van leeftijden op het einde van haar antwoord). "Het enige erfelijke gezondheidsprobleem dat bewezen is (in elk geval voor mij) was het gespleten gehemelte en ik geloof dat ik dat gestopt heb voor het buiten mijn cattery kwam. De twee andere problemen, hypertrofische cardiomypathie en pectus excavatum dat in de Heidi Ho lijn zou kunnen zitten, heb ik nooit bij mijn katten en kittens gezien. Ik weet niet zeker wat de huidige stand van zaken in de wetenschap is. Een kennis die één van de klonen had dacht dat ze het pectus gen had terug getraceerd naar één van Polly's voorouders, dus Polly ging met pensioen. Ze was bij de dierenarts om gesterilseerd te worden op de dag dat Sonkey Bill dood neerviel door cardiomypathie - zonder enige eerdere tekenen van de ziekte. Ik heb een paar jaar geprobeerd om een duidelijk antwoord te krijgen over de erfelijke factor, maar heb dat nooit gekregen. De enige manier die ik wist om deze problemen op te lossen was het stoppen met fokken met de "slechte" kat en om anderen te waarschuwen niet te fokken met de nakomelingen, en dat heb ik gedaan. Ik heb ook nooit heupdysplasie gehad."

"De Heidi Ho kinderen die ik heb gehad hebben lang geleefd. De enigen die jong zijn gestorven hadden afwijkingen. Polly was 18 toen ze stierf vorig jaar, haar dochter Becky is nu 18, een ander lijnfokpoesje ook en Sonkey's zus stierf vorige zomer toen ze 18 was. Henry was 17, Bridget 15, Jason 18 en ga zo maar door." Ik vroeg me af hoeveel de gemiddelde afmetingen van de Maine Coon zijn veranderd gedurende de jaren. Connie schat een gemiddelde van 15 tot 20 pond voor haar katers en 10 tot 15 pond voor de poezen. Ze vindt echter niet dat dezelfde lijnen tot in het oneindige moeten worden gebruikt, hoe betrouwbaar ze ook zijn. Ze zegt: "Ik denk dat het dekkatersstamboek open moet blijven maar op een beperkte manier. Op dit moment zit er teveel Heidi Ho in de meeste lijnen, we hebben nieuwe bloedtransfusies nodig."


Just Plain Bill

Just Plain Bill

En hoe is Connie's leven nu? Heeft ze nog contact met de fokkerswereld? Zou ze weer terug willen naar haar sterke betrokkenheid? "In 1984 besliste ik om te stoppen met fokken, deels omdat het te moeilijk werd om betrouwbare eigenaren te vinden maar merendeels omdat ik steeds meer zorg had om mijn bejaarde moeder die in Illinois woonde. Maar ik heb natuurlijk nog steeds katten, 6 Maine Coons en 4 zwerfkatten. Ik heb nog steeds contact met Maine Coon fokkers en velen bellen me nog steeds om te kletsen of voor advies. Het verbaast me dat zoveel mensen nog steeds geïnteresseerd zijn in het Heidi Ho verhaal!"

"Het leven is nu wat beperkter door wat ouderdomsproblemen en ik woon in een rustige woonwijk en ik vind het veel makkelijker nu ik niet meer fok. Nu leid ik gewoon de bejaardenafdeling! Op dit moment wordt er nergens meer gefokt met Heidi Ho katten, ze zijn allemaal te oud en allang met pensioen."

En tot slot; Kan Connie in een paar woorden haar fokcarriére beschrijven? Zonder aarzeling: "Het was leuk en interessant... maar ik wil geen herhaling!!"



© "Maine Coon International", issue 7, 1996.
Herdrukt met toestemming.