logo

Dortemarie Kaplers - Guldfakse Cattery

[Vertaald door Sabine van de Ven, fierce-creatures.]


Dortemarie and her grandmother

Dortemarie Kaplers als kind met haar
grootmoeder en een speciaal huisdier.

Cattery Naam: Guldfakse's
Opgericht: 1985
Eerste Maine Coon: Mainline Acadia

Als men start als kattenfokker, is het vaak moelijk je weg te vinden. Ideeën veranderen gaandeweg, net als de katten, en de lijn waar men mee eindigt is vaak heel anders dan de oorspronkelijke keus. Zo niet voor Dortemarie Kaplers van Guldfakse's Maine Coons in Denemarken. Zodra zij was gestart met fokken, koos zij haar type zorgvuldig, koos haar pad en bleef daarbij, en heeft in Europa de naam één van de meest succesvolle fokkers te zijn, een welverdiende reputatie. Haar catterynaam is veelvoorkomend in europese stambomen en haar katten fokken consistent en showen goed. Is dat succes haar aan komen vliegen?

Haar eerste kennisname van de Maine Coons was 25 jaar geleden, toen haar oma terugkwam van een bezoek aan een vriendin in Canada, vol verhalen over de prachtige, vriendelijke katten van haar vriendin. Ze geeft toe dat ze destijds meer interesse had voor haar Old English Sheepdog en dat ze weinig aandacht besteedde aan de verhalen van haar oma. Een kennis van Dortemarie met Sheepdogs importeerde een Noorse Boskat in 1976, wat haar interesse in katten opwekte, en in 1978 kwam de eerste Noorse Boskat deel uitmaken van haar huishouden en introduceerde haar in de wereld van de kattenfokkerij. Het duurde nog tot 1982, 5 jaar na de dood van haar oma, dat Dortemarie een envelop vond met foto's van de trip naar Canada, inclusief foto's van de katten. Zoals Dortemarie zegt:"Raad eens? Het waren Maine Coons. Nu had ik wel interesse!"


Guldfakse Scarlett

Guldfakse Scarlett

Ze begint haar verhaal: "In 1983 ging ik naar een kattenshow in Berlijn. Er waren 28 Maine Coons tentoongesteld, aangezien het FIFé Keurmeesters Comité moest beslissen of ze wel of niet zou aanbevelen dat de Maine Coon werd erkend als ras. Alle katten waren Amerikaanse Maines. Voor mij leken ze op Noorse Boskatten! Ik zag echt het verschil niet. Op dat moment had ik een jonge silvertabby Noorse Boskat, die in alle ringen waar hij werd geshowd korte metten maakte. Hij werd "Beste Noorse Boskat van Europa". Voor ons was hij de standaard. Eén van de Maines op de show in Berlijn was een silvertabby, hij en mijn kat leken wel broers. Dus ik vroeg aan een Amerikaanse fokster op de show om mij het verschil te vertellen. Ze legde uit, en ik zag het ng niet. Wie had er gelijk en wie niet? Later kwam ik erachter dat k fout zat en niet de Amerikaanse fokster en toen ik me dat realiseerde, besloot ik te proberen iedereen hier ervan te overtuigen dat we ons standpunt over deze twee rassen moesten veranderen."


MtKittery Bemis

MtKittery Bemis (Dortemarie
Kapler's meest extreme kater).

"Het is me gelukt, maar het heeft 8 jaar geduurd om mensen te overtuigen. Beetje bij beetje begonnen de fokkers te luisteren, en beetje bij beetje werden ze overtuigd door de feiten die ik ze voorlegde. Ik creeërde de Maine Coon look niet, de Amerikanen deden dat. Ik heb echter wel voor de standaard voor Maine Coon gekozen die anders was dan die van de NFC, en het is geen geheim dat ik de TICA-standaard koos. Voor mij leken de CFA Maine Coons teveel op die van de NFC, een probleem dat er hedentendage nog is." Ze was de tweede persoon die katten naar Denemarken importeerde en was instrumentaal om Maine Coons geaccepteerd te krijgen in dat land. Om te beginnen varieerden de ideeën van de fokkers in Denemarken enorm, hoewel tegenwoordig de neuzen dezelfde kant op staan. Dortemarie zegt dat het in het begin allemaal erg frustrerend was, helemaal niet grappig. Maar ze bleef doorvechten met plaatjes, artikelen, boeken, alles wat ze maar in handen kon krijgen vanuit de Verenigde Staten en ze ging zoveel mogelijk naar Amerikaanse shows, CFA, TICA, CFF om zoveel mogelijk te leren over de verschillenden looks. Ze is er nu van overtuigd dat de Maine Coon in Denemarken op de goede weg zit.


Guldfakse Fitzwilliam

Guldfakse Fitzwilliam

Dortemarie's verhaal over haar eerste intruductie met fokken zou je bijna de indruk kunnen geven dat het een ongelukje was. Ze werd midden in de nacht gebeld door een Amerikaanse fokker die interesse had in haar Noorse Boskatten, een mannelijk kitten in het bijzonder. De fokker bood een kittenruil aan, een Noorse Boskat voor één van haar Maine Coons. Aangezien het midden in de nacht was, was Dortemarie erg slaperig en hoewel ze geen interesse had in het fokken met Maine Coons, dacht ze dat als ze een Coon had, het makkelijker zou zijn de verschillen aan te wijzen tussen de rassen. Dus zo ging ze in 1985 met haar Noorse Boskat-katertje naar een TICA show in New York om de ruil te doen. "Alle keurmeesters zeiden dat hij een prachtige kat was maar dat hij op een Maine Coon leek!"

Het was op deze show dat Dortemarie's beslissing werd genomen, ze zag twee Mt Kittery broers, erg verschillend van elkaar, en werd meteen verliefd opo Mt Kittery Rumford en maakte ter plaatse de beslissing dat hij het juiste type Coon was voor Europa, omdat hij "zo ver van de NFC-standaard was als maar kan". Ze heeft er nooit aan getwijfeld dat haar beslissing van toen de juiste was, maar ze accepteert dat vele verschillende looks acceptabel zijn en nog steeds aan de standaard kunnen voldoen. Haar eerste Maine Coon was Maineline Arcadia, een tortie tabby met wit poes, gevolgd in 1986 door Maineline Scoodic, een brown classic met wit kater.


boven: Gr Int Ch MtKittery Casco
onder: Eur Ch Best cat in Italië 1993
Guldfakse Naugatuck (en een
ongenaamde torbie & white)

Haar voorkeur gaat uit naar de extreme katten van de Heidi Ho lijnen, in het bijzonder "The Clones" (nakomelingen van Heidi Ho Sonkey Bill x Tanstaafl Polly Adeline of Heidi Ho). Wat betreft de verschillende looks, is ze het ermee eens dat de Maine Coon veel veranderd is gedurende de jaren, vooral in Europa. Maar ze vindt niet dat er iemand gelijk of ongelijk heeft, er zijn goede en slechte katten geweest in alle fokprogramma's. Veel van het probleem in Europa komt volgens haar door de verwarring over de verschillen tussen de Maine Coon en de Noorse Boskat, waardoor de verkeerde kittens werden gekozen om mee door te fokken en men de weg kwijtraakte. Ze heeft een voorker voor tabbies in alle kleuren, zonder wit. Het wit doet haar teveel denken aan de NFC. Binnen Europa is de kleur relatief onbelangrijk, aangezien alle punten in FIfékeuring over type gaan, en geen over patroon of kleur. Ze gelooft dat haar fokprogramma van tegenwoordig niet zou zijn waar het nu is zonder Mt Kittery Socko en Mt Kittery Casco, "Twee heel verschillende katten, maar gemengd met mijn poezen heb ik goede resultaten gehad. The Clones betekenen alles voor mijn fokprogramma."

We hebben allemaal gehoord van fokkers die vechten voor acceptatie, die op moesten staan om geteld te worden en die mogelijk niet veel voldoening oogstten uit de shows. Dortemarie is geen uitzondering. In haar eigen woorden, "De keurmeesters waren heel positief in hun reactie op deze nieuwe look, de fokkers waren negatief. Ik had daar kunnen stoppen omdat kattenshows waar de temperatuur daalt zodra je de hal binnenkomt, niet erg fijn zijn om te blijven. Van de andere kant, ik was zo vastbesloten te vechten voor het type dat ik wilde promoten, dat ik elke keer terugkwam. De keer erna dat ik MC's importeerde ging ik nog verder wat betreft het type. Ik importeerde simpelweg steeds extremere katten."


Guldfakse Ottawa

Guldfakse Ottawa

Een moedige of domme beslissing? Nou de resultaten spreken voor zich. Aangezien er geen quarantaine is in Denemarken was importeren niet zo moeilijk. Dortemarie's katten doen het beter op shows in Noord-Europa- de scandinavische keurmeesters geven de voorkeur aan wat extremere katten, hoe groter hoe beter, terwijl die in Zuid-Europa de voorkeur geven aan een iets getemperd type. Maar zelfs in het zuiden veranderen de standpunten. Dortemarie's showsuccessen bestaan onder andere uit Europese kampioenen uit eigen fok en een Wereldkampioen; Guldfakse's Naugatuck, een mannelijk castraat. Van haar geimporteerde katten was Mt Kittery Casco Best Cat in Denemarken en Wereldkampioen in Geneve in 1994, en één van zijn zonen, Maine Mark Dakota, was Wereldkampioen 3-6 maanden in 1995.


Dortemarie

Dortemarie Kaplers
bij de showtafel.

Behalve een erg gerespecteerd fokster, is Dortemarie ook een halflanghaar keurmeester bij FIFé sinds 1990. Het is een beroep waar ze van geniet en zou aanbevelen bij anderen; ze vindt het heerlijk met de katten bezig te zijn en vindt het een uitdaging te proberen de beste allround kat te vinden. Als haar gevraagd wordt of ze vindt dat alleen katten die slagen op shows, gebruikt mogen worden voor de fok, zegt ze; "Nee dat vind ik niet. Fokkerskwaliteit met de goede combinaties in achtergrond kunnen het net zo goed doen. En je weet hoeveel verschillende meningen er zijn over het uiterlijk van een Maine Coon, dus ik heb fokkatten die nog nooit geshowd zijn omdat ze het daar niet goed zouden doen. Als keurmeesters, beoordeel ik op de standaard, niet op wat ik thuis heb zitten. Ik heb twee verschillende looks in mijn cattery; de klassieke look en de erg extreme look.

Op de vraag hoe zij kitten met showpotentieel uit haar nesten kiest, zegt ze dat je vaak bij de geboorte al kan zien of er potentie is. "Pasgeborenen laten hun type zien. Helaas is alleen dat niet genoeg. Ik hou de mooie in de gaten en wacht. Als ze drie maanden zijn, kunnen ze worden ingedeeld naar show- of huisdierkwaliteit. Om dit te kunnen doen moet je de bloedlijnen heel goed kennen. Als je met outcrosses werkt, dan kan je er niet veel over zeggen, alleen maar raden. Als ze naar pasgeborenen kijkt, let Dortemarie op brede vierkante snuiten en een diepe kin, oren geplaatst op de achterkant van de kop (en ik wil dat die recht boven op de kop gaan staan), een langgerekt lijf met een erg lange dikke staart, zware botten met enorme poten. Als laatste, maar zeker niet als minst belangrijke, let ze op een zeer precies tabby patroon. De vacht kan met drie maanden op lengte worden beoordeeld, dan moet de kitten lange dekharen hebben. Als dat niet zo is, in haar lijnen, dan zal de vacht nooit lang worden. Ze mixt geen langhaar Maines met korthaar Maines, aangezien de vachten dan korter zullen worden. Ze wil haar katten 'macho', niet te verfijnd en smal. Ze wil een kat met het uiterlijk van een werkkat en raadt nieuwe fokkers aan om weg te gaan, de Noorse Boskat te bestuderen, die te vergelijken met de Maine Coon en dan te beslissen welk type ze willen. Ondanks dat ze zelf niet gewerkt heeft met foundation Maine Coons, heeft ze goede resultaten behaald met foundation Noorse Boskatten en vindt dat de juiste stamboomloze kat een waardevol plaatsje in het ras kan hebben.


Guldfakse Dundee

Guldfakse Dundee

Voor haar eigen specifieke fokprogramma kiest Dortemarie ervoor om "met gelijken" te fokken, ze doet niet helemaal aan outcross, maar geeft de voorkeur aan lijnfokken. Ze geeft er de voorkeur aan om twee verschillende types niet te mengen. Af en toe doet zij aan inteelt en zegt dan haar vingers te kruisen en te hopen op het beste omdat je toch het risico loopt iets onverwachts naar boven te halen, ongeacht hoe gezond je katten lijken. Ze is het ermee eens dat de verschillende looks een punt van discussie kunnen zijn binnen de standaard, maar niet het type kat. Hier maakt ze een duidelijk verschil tussen. De lengte van een snuit kan varieren, maar zeker niet de grootte en plaatsing van de oren - in de standaard kan je niet drie verschillende plaatsen voor de oren wegzetten. Het profiel staat wel ter discussie: "CFA heeft er één, TICA heeft er twee, FiFe heeft ? (als het maar niet op een Noorse Boskat lijkt)". Katten met kleine afwijkingen kunnen perfecte fokkatten zijn vindt ze, zolang hun goede punten maar zwaarder wegen dan de slechte - een onregelmatige staartpunt bijvoorbeeld of een onduidelijk tabbypatroon. Fouten in bouw, zoals korte poten, korte koppen of kleine oren moeten niet in een fokprogramma worden opgenomen. De afkomst van een kat met fouten moet ook bekeken worden - met de juiste kater of poes zou deze kat prachtige kittens kunnen geven. Het is vooral een kwestie van weten waar je mee werkt."


Guldfakse Hope

Guldfakse Hope

Dortemarie gelooft dat je meer success hebt als je zowel met "type-met-type" fokt, én je specialiseert in een kleur. Ze vindt type belangrijker dan kleur maar is het gelukkigst als ze ze haar doel bereikt en beiden in één en dezelfde kat krijgt. Ze is bezorgd dat het gebrek aan zorg voor kleur en patroon in de meeste Europese standaarden ervoor zal zorgen dat alle goed dat gedaan is door Amerikaanse fokkers op dit gebeid, ongedaan wordt gemaakt. Ze vindt ook dat als een fokprogramma kennelijk niet werkt, het waarschijnlijk beter is het op te geven en opnieuw te beginnen. Ze noemt fokkers die in het verleden hebben geprobeerd om bestaande problemen op te lossen door één of twee nieuwe katten te introduceren bij hun oorspronelijke katten maar dat dit niet heeft gewerkt.


MtKittery Socko

MtKittery Socko
(polydactyl)

Dortemarie zei al eerder dat haar fokprogramma niet hetzelfde zou zijn geweest zonder twee katten, één daarvan is Mt Kittery Socko. Hij voegde meer toe aan haar programma dan veel fokdieren gedaan hebben - hij is een polydactyl Maine Coon, oorspronkelijk geimporteerd als huisdier nadat Dortemarie verliefd was geworden op een andere polydactyl die zij had gezien bij Calicoon Cattery. Ze zegt: "Ik veranderde mijn plannen om niet met hem te fokken toen ik zijn ontwikkeling zag. Hij had grootte, snuit, botstructuur, spiermassa - een hele wilde look - en een geweldige aard. Ik zou gestorven zijn om al deze dingen in mijn programma te krijgen, dus ik ben begonnen met hem te fokken. Een paar andere fokkers werden ook uitgenodigd hem te gebruiken en ik stelde wat regels op over de polydactylen. Geen polydactyle kater mag gebruikt worden voor de fok, alleen de normale 5/4 katers. Polydactyl poezen mogen 1 nestje per jaar krijgen. De reden hiervoor is dat een polydactyle kater die regelmatig gebruikt wordt, voor heel veel nakomelingen met extra tenen kan zorgen. Een poes die 1 keer per jaar gebruikt wordt doet dat niet. Ik wil heel duidelijk maken dat het nooit mijn intentie is geweest om een groep met polydactyls te maken en ik heb nooit gewild dat ze erkend worden. Ik wilde al die goede dingen die ik hierboven net noemde, niet de extra tenen. Ik heb nu een achterkleinzoon van Molly P, de moeder van Socko. Hij zit dichtbij het doel wat ik wilde bereiken. Ik heb ook een achterkleindochter van Molly, en weer ben ik erg tevreden. Type, temperament en zonder extra tenen.


MtKittery Smokie

MtKittery Smokie

"Ik wil geen groep Maines met extra tenen. Ik heb ze graag als huisdier en misschien ééntje voor de fok en ik zou graag willen dat ze geaccepteerd konden worden in de showklasse voor castraten. Ze zouden helemaal geen kwaad doen en het zou een voordeel kunnen zijn op termijn, want de polydactyl Maines van mijn lijnen zijn allemaal heel, heel typisch. Gezien mijn filosofie wat betreft polydactyle dekkaters, is Mt Kittery Socko nu gecastreerd."


Guldfakse Madburry

Guldfakse Madburry (F)
Brown Mac Tabby.

Dortemarie's huishouden bestaat uit twee dekkaters en een jongere kater, vier poezen en op het moment van drukken, zes kittens. Ze heeft ook twee castraten, een 15-jarige kater en een 11-jarige poes. Ze leven allemaal gelukkig met vrije rondloop in haar 6-kamer appartement in Kopenhagen. "Mijn katten zijn en worden nooit in kooien gedaan. Ik geniet ervan omdat ik niet teveel kittens per jaar heb en ik een vriend heb die me helpt met de katten als ik moet reizen." Ze vertelt een verhaal over Socko, die geniet van tv-kijken. "Als de tv uit is als hij wil kijken, stopt hij zijn rechter "handje" in de videorecorder, rommelt daarin, trekt zijn poot eruit, gaat terug zitten en kijkt naar de tv. Als er dan niks gebeurt, raakt hij overstuur. "Waarom doet ie het wel als mama het doet en niet als ik het doe?"


MtKittery Pemaquid

MtKittery Pemaquid

Op de vraag wat haar algemene filosofie is, zegt Dortemarie dat dat verwoord is in alles van het bovenstaande. Ze is blij met wat ze bereikt heeft, ondanks dat dat niet zonder problemen ging. Ze houdt vol dat het begin met de Noorse Boskatten een groot voordeel is geweest en dat al haar bezoeken aan Amerika van onschatbare waarde zijn geweest. Ze heeft een speciale relatie met Barbara Washburn en de Mt Kittery cattery en heeft de gelegenheid gehad te leren van sommige van de beste leraren; Barbara zelf, Steve Clair en verschillende TICA keurmeesters. De laatste vraag was de bekende vraag, "Als je alles nog een keer kon doen, zou je dan iets veranderen?" Het antwoord: "Nee!"

Dortemarie Kaplers kan gecontacteerd worden via: Rosenorns Allé 16,3., DK-1634 Copenhagen V., Denmark. Tel: +45 31 35 8770



© "Maine Coon International", issue 7, 1996.
Herdrukt met toestemming.